Asaf Pelled, ‘Hoe Joods zijn en geloven in Jezus Christus’

Asaf Pelled is in een kibboets opgegroeid als een atheïstische Jood. Als hij het Nieuwe Testament leest, ontdekt hij dat het volgen van Jezus Christus hem juist meer Joods maakt. Bekijk zijn getuigenis: “Asaf Pelled, hoe Joods zijn en geloven in Jezus Christus”





Ondertiteling van youtube video

Hallo. Shaloom. Mijn naam is Asaf Pelled. Ik ben een Israëliër, geboren in 1980. Ik ben opgegroeid in de kibboets Ruchama in het zuiden van Israël. Zoon van een Israëlisch kibboetslid en een Nederlandse vrouw, die als vrijwilliger naar Israël kwam. Als kibboetskind was er niets speciaals aan mij, wij ontvingen ook hetzelfde onderwijs.

Ik was opgevoed als een atheïstische Jood, iets wat veel mensen zien als een tegenstrijdigheid, iets wat niet kan. Maar wij lieten de wereld zien dat een Jood een Jood kan zijn zonder te geloven in God, zonder een relatie te hebben met de God van de Bijbel of met de Bijbel zelf. Maar Joods zijnde behielden we veel Joodse symbolen, zoals de Sabbat, de Joodse feesten en andere ijkpunten, die behoren tot het traditionele Jodendom. Wij hebben geprobeerd God er uit te halen, maar hielden er wel aan vast. En het ging zo een heel aantal jaar. Toen kwamen mijn tienerjaren, een tijd waarin velen van ons beginnen na te denken over de wereld om ons heen. Wie ben ik? Wie ben ik in relatie tot mijn ouders, mijn familie, de maatschappij waar ik in leef, de wereld? Dit was een tijd waarin ik meer filosofisch begon na te denken over de grote vragen van het leven. Wie ben ik en wat doe ik hier op aarde? Tot die tijd gaf ik een heel seculier en atheïstisch antwoord op deze vragen. Ik ben hier omdat ik afstam van de apen en ik ben hier om er het beste van te maken.

Het zou zo een hele tijd zijn doorgegaan, maar op een bepaald moment kwam God in mijn leven. Opeens kwam ik, een heel rationeel persoon, iemand die altijd probeert te begrijpen wat ik zie en alleen nadenk over dingen die ik kan bewijzen, dingen die feitelijk zijn, tot het besef dat er een God moest zijn.

In eerste instantie was dit heel vreemd. Omdat ik niet religieus was, had ik niet veel contact met religieuze mensen, die ik als inspirerend of gezaghebbend zag. Opeens kon ik niet meer ontkennen dat er een God is. En ik zag Hem overal. Ik zag Zijn hand in de natuur en in de gebeurtenissen die plaatsvonden in ons land. Maar nog steeds wist ik niet wie deze God was. Ik kon zijn bestaan niet ontkennen, ik zag dat er een God is. Ik deed wat voor handen was. Ik ging zoeken naar deze God om uit te vinden wie Hij is en hoe Hij zichzelf zou kunnen openbaren. En ik zeg altijd, dat als je naar God of een godheid wil zoeken in Israël, je heel, heel lang kunt zoeken. Ik begon dicht bij huis en legde contact met een orthodoxe rabbi. Ik had enkele discussies en Bijbelstudies met hem. Daarna heb ik een vele andere mogelijkheden onderzocht. Maar iedere keer, ook al leken veel van de mogelijkheden op dat moment redelijk, was er een kleine stem, die me vertelde, dat dat het niet was. Ik ging verder met mijn zoektocht naar de waarheid. Toen gebeurde er iets, wat ik niet verwachtte.

Ik vond in ons huis weggestopt een Nieuw Testament in Hebreeuws. Deze had mijn moeder, toen zij als vrijwilliger naar Israël kwam, ontvangen van een christelijke vrijwilliger die in onze kibboets werkte. En zij had hierin geschreven: “ik hoop dat jij en je man – ze was al getrouwd in die tijd – het licht zullen zien door dit boek.” En ook al had het geen effect op hen in die tijd, dit was het boek waarin ik Jezus voor de eerste keer ontmoette. En terwijl ik het Nieuwe Testament en de evangeliën las, werd ik geraakt. Wat me het meeste raakte was de autoriteit waarmee Jezus Christus sprak. Ook de evangelisten zeggen steeds opnieuw, dat de mensen verwonderd waren en dat Jezus niet sprak als een andere Schriftgeleerde, maar als iemand met autoriteit, als God Zelf, de Zoon van God. Ook al begreep ik in die tijd niet wat het precies met mijn leven te maken had, ik wist dat mijn zoektocht om God te vinden zich afspeelde rondom deze figuur, rondom de persoon van Jezus.

Een paar jaar later, in 1998, kwam ons gezin na een reeks van gebeurtenissen naar Nederland. Ik bevond mij in Holland, een land waar je uit zoveel kerken kunt kiezen, dat je hoofd er van tolt. Ik werd lid van een Baptistengemeente, er van uitgaand dat zij me meer zouden vertellen over wie Jezus is. Vanaf dat moment lijkt mijn getuigenis op dat van normale christenen. Ik ging elke zondag naar de kerk en hoorde de uitleg van de Bijbel, hoorde hoe gebeurtenissen in de wereld en in mijn leven te maken hebben met Jezus Christus. Ik zag ook in de praktijk wie christenen zijn, hoe zij omgaan met de problemen in hun eigen levens, met vragen, met twijfels en met angsten. In feite zag ik Jezus in actie.

Ik zag hoe Hij werkte, hoe Hij leefde onder zijn mensen. Dat is wat maakte dat ik christen werd. En in dit hele proces was er ook de vraag, hoe kan ik als Jood christen worden? Hoe kan ik ja zeggen tegen Jezus, in wiens naam mijn volk gedurende duizenden jaren geleden heeft? Over en over zag ik door de Bijbel, door andere christelijke mensen en door de woorden van Jezus, dat de boodschap van Jezus er nooit een was van oorlog en haat, maar een van liefde en opoffering aan de God van de Bijbel, aan de God van Izak en Jakob, aan Israël. Nu zie en geloof ik dat er geen tegenstelling is tussen mijn Joods zijn en mijn geloven in Jezus. Het is zelfs sterker. Een volgeling van Christus, maakt mij een echte Jood, meer dan mijn vader ooit zou kunnen zijn.

Dit is feitelijk waartoe ik u, de luisteraar, wil uitdagen om over na te denken en te bidden. Of deze Jezus u een niet-Jood kan maken als u in Hem gelooft of dat Hij u een echte, een diepere Jood kan maken, meer dan u ooit gedacht had dat mogelijk was.