Moran Rosenblit, ‘Ik vond de Messias van Israël in Amerika’

Geboren en getogen in een Kibboets in Israël, gaat Moran op 19-jarige leeftijd in militaire dienst. Door een zelfmoordaanslag komen 21 soldaten om, waaronder een aantal van zijn beste vrienden. Hij vertrekt uit Israël. In Amerika wordt hij uitgedaagd de Bijbel te lezen. Dan valt zijn oog op het boek ‘Waarom ik?’ van Jacob Damkani. Bekijk dit getuigenis: “Ik vond de Messias van Israël in Amerika”.

Ondertiteling van youtube video

Sjaloom, ik ben Moran Rosenblit. Ik ben de stichter en directeur van de zendingsorganisatie ‘Hoop voor Israël’. Oprichter en directeur zijn van ‘Hoop voor Israël’ is heel bijzonder voor mij. Ik ben hier in Israël in een kibboets geboren. Ik woonde daar de eerste achttien jaar van mijn leven in een seculier gezin. Ik geloofde niet echt in God, maar wel in feestvieren en in de vrijheid die de wereld te bieden heeft. Toen ging ik in het Israëlische leger, net als iedere achttienjarige. Het is voor ons verplicht om in het leger te gaan. In het leger kreeg ik een paar maanden later het bevel om van mijn eenheid naar een andere te gaan. Een paar vrienden raadden me aan niet naar de nieuwe eenheid te gaan. Het betekende dat we naar het front moesten, dat ons leven in gevaar zou zijn. Maar ik besloot door te gaan en naar de nieuwe eenheid te verhuizen. De week erna, op een zondag, toen we op weg waren naar de nieuwe plek, hoorden we dat er een zelfmoordaanslag was op de plek waar mijn oude eenheid altijd op zondag bij elkaar kwam. Die dag zal ik nooit meer vergeten. ‘s Avonds kwamen de namen van de slachtoffers bij ons binnen. 21 soldaten en 1 burger kwamen om bij deze aanval, en onder die soldaten waren ook mijn beste vrienden, die me hadden aangeraden niet naar die nieuwe eenheid te verhuizen. Dat was de dag dat ik mijn hoop kwijt raakte, dat ik de hoop voor dit land, voor Israël, verloor. Mijn vrienden stierven tijdens het vredesproces, waarin wijlen premier Jitschak Rabin bereid was land op te geven voor vrede en bezig was met vredesonderhandelingen en wij verloren veel dierbare levens in die tijd, door terroristen, die niets anders wilden dan Israël te vernietigen.

Na mijn diensttijd ging ik verder met mijn oude leven. Ik werkte als diskjockey in nachtclubs en een paar maanden later kwam een andere goede vriend van mij om in het zuiden van Libanon, in de tijd dat Israël daar nog was. Op die dag besloot ik dit land te verlaten. Ik kon de pijn niet langer verdragen en ik was het zat om de dood overal om mij heen te zien. Dus verliet ik Israël en na een kort verblijf in Engeland ging ik naar de V.S. In de V.S. werd ik uitgenodigd voor een kerkdienst en als jonge man uit Israël was ik erg nieuwsgierig naar de kerk. Wat ik van de kerk wist, was dat het een saaie plek was met saaie mensen. Maar nog belangrijker, wat ik wist over christenen, was wat zij gedaan hadden in de Holocaust met het Joodse volk, dat de Nazi’s christenen waren. Met dat idee groeide ik op. Dus toen ik in de kerk kwam en aardige mensen ontmoette, hele warme, liefhebbende mensen was dat een grote verassing voor mij. Tijdens een van de diensten had de voorganger het over een persoonlijke relatie met God. En hij zei iets, wat me heel boos maakte. Hij zei dat het Joodse volk denkt dat ze God kennen, maar dat ze Hem niet persoonlijk kennen. Hij had het over een Man, die Jezus heette, die zei: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven en niemand komt tot de Vader dan door Mij”. Toen ik dat hoorde, dacht ik dat hij het Joodse volk aanviel, dat hij tegen ons was. Dus ging ik naar hem toe en vroeg de voorganger na de dienst: “Hoe kunt u zo over mijn volk praten?” Hij vroeg me of ik ooit het Oude Testament gelezen had. Ik zie hem: “Wel eens, toen ik jong was”. “Heb je ooit het Nieuwe Testament gelezen?” Ik vroeg: “Wat is dat?”. Ik wist echt niet wat het Nieuwe Testament was. Hij zei: “Ga naar huis, lees het en kom dan bij me terug”. Ik ging heel boos naar huis.

Maar voor ik de rest van mijn getuigenis met u deel, wil ik u bemoedigen met iets. Persoonlijk houd ik niet zo van de begrippen ‘Oude’ en ‘Nieuwe’ Testament. Wij geloven in één Bijbel. Veel profetieën zijn nog niet vervuld. Hoe kan het dan oud zijn? Hoe kan iemand zeggen dat hij de enige ware God kent, de God van Abraham, Izak en Jakob, als hij niet leest vanaf Genesis 1, en niet de geschiedenis leest van Abraham, Izak en Jakob. Ik wil jullie allemaal bemoedigen om de Bijbel werkelijk te openen en te lezen vanaf Genesis om God beter te leren kennen en te begrijpen. Wie is die God, in Wie wij geloven, de enige ware God die er is.
Terug naar mijn verhaal. Ik ging naar huis en ik zocht iets om te lezen en ik vond een boekje met de titel “Waarom ik?” Het is het getuigenis van een andere Israëlische man, maar ik wist niet dat het zijn getuigenis was. Ik zag gewoon een boek dat ik wilde lezen en de titel “Waarom ik?” sprak mij aan. Ik begon het boek te lezen. Het staat vol met profetieën en hun vervulling. Toen ik het boek uit had, wist ik heel zeker dat God echt bestaat en dat Jesjoea echt de beloofde Messias van Israël is en van de hele wereld. En ik vroeg Hem mijn zonden te vergeven en in mijn leven te komen.

En sindsdien begon voor mij de spannendste reis die er is. God gaf me een bediening die ‘Hoop voor Israël’ heet. En ons belangrijkste doel is om Jesjoea, die jullie als Jezus kennen, naar huis te brengen, terug naar Israël. Zodat Joodse mensen zullen weten Wie Hij is en Hem ook zullen vragen in hun leven te komen. Wij doen het door discipelen te maken. Jesjoea zie dat we heen moesten gaan en alle volken tot Zijn discipelen moesten maken, hen dopende in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En toen zei Hij één van de belangrijkste dingen, maar op veel plaatsen wordt dat overgeslagen. Hij zei hen dat ze hen moesten leren te gehoorzamen al wat Hij hen bevolen had. Daar richten wij ons vooral op, mensen te leren gehoorzamen al wat Hij bevolen heeft. En niet alleen door te onderwijzen wat het Woord zegt door lege lippendienst of lege woorden maar door onze daden. Door mensen te leren hoe ze God Woord kunnen toepassen in hun leven en het geloof dat we hebben voor te leven en te laten zien.

De mensen in Israël zijn moe van religies. Ze missen iets en wij kunnen hen het antwoord geven. We kunnen hen geloof geven. En geloof is iets dat van binnen naar buiten komt en niet iets van buiten, wat aan de buitenkant blijft. En dat is wat we doen, discipelen maken. We doen humanitaire hulp, we helpen oorlogsslachtoffers. Er zijn constant conflicten in verschillende delen van het land en we helpen mensen die geraakt zijn door de oorlog aan de Israëlische kant en als ik zeg van de Israëlische kant, dan doet het er niet toe of het Joden of Arabieren zijn. We helpen alle mensen. Door ze uit gebieden te halen, die door oorlog zijn getroffen en hen in veilige schuilplaatsen onder te brengen en dan te helpen hun handel, die verwoest is weer op poten te krijgen.
We hebben ook een werk onder de jeugd. Het is een jeugdgroep uit zes of zeven verschillende gemeenten hier in Jeruzalem. Ongeveer veertig kinderen, die we leren wat het betekent om een gelovige te zijn. We leren hen één te zijn, we bereiden ze voor op de toekomst. Ons verlangen is dat deze jonge mensen sterk voor God zullen staan en laten zien wat ze geloven, dat ze een getuige zullen zijn voor de volgende generatie. Dit zijn de belangrijkste mensen hier om in te investeren, omdat zij de toekomst zijn.
We bieden ook actief hulp aan mensen die vervolgd worden. In Israël worden veel mensen vervolgd vanwege hun geloof en het is onze plicht om hen bij te staan hen lief te hebben en omarmen en helpen te genezen en weer verder te gaan in de strijd. We mogen hen niet vergeten die vervolgd worden.
Veel mensen lijden honger door het voortdurende conflict, de voortdurende oorlog hier. Een groot deel van het budget wordt besteed aan de beveiliging en daardoor lijden heel veel mensen hier honger.
Er zijn ook veel immigranten uit allerlei landen van de wereld die honger lijden en wij helpen hen. Jesjoea zei dat we de armen te eten moesten geven en ik wil niet één van die mensen zijn, die de woorden horen: “Ik had honger en jij hebt Mij niet te eten gegeven”. Dit is wie wij zijn, we zijn hier om de hoop van de Messias weer thuis te brengen, terug naar Israël. En ik nodig jullie uit je met ons werk te verbinden.
Dank jullie wel en sjaloom uit Jeruzalem.