Sam Rotman, opgegroeid in een Joods orthodox gezin

Sam RotmanIk kom uit een Joods orthodox gezin. Mijn vader is geboren in Roemenië en mijn moeder komt uit Slowakije. Vanwege de dreiging die uitging van de Nazi’s, besloten beiden Europa vlak voor de Tweede Wereldoorlog te ontvluchten. Kort daarop ontmoetten zij elkaar, trouwden en vestigden zich in Zuid-Amerika. Daar werden de eerste twee kinderen geboren. In 1950 kregen mijn ouders de gelegenheid om naar de Verenigde Staten te emigreren, waar ik vijf maanden later werd geboren.

Een geslaagde, trotse volgeling

Overeenkomstig onze familietraditie, ontving ik een zeer religieuze opvoeding. Op mijn dertiende werd ik ‘Bar Mitswa’ (zoon van de wet) en op mijn vijftiende ontving ik mijn geloofsbevestiging. Ik was erg trouw in mijn ochtendgebeden. Naast de normale religieuze plichten op de vrijdagavonden en zaterdagochtenden, ontving ik gedurende acht jaar, vijf dagen per week religieus onderwijs. Ik vond mezelf een geslaagde volgeling van onze religie.

Mijn eerste pianoles kreeg ik toen ik negen jaar oud was en voordat ik de leeftijd van elf jaar had bereikt, was ik vast van plan om concertpianist te worden. Het was mijn droom om de grootste pianist van de wereld te zijn en naarmate mijn vaardigheden zich ontwikkelden, groeide mijn trots.

Hoewel ik zelfs op de middelbare school elke morgen voor het naar school gaan mijn gebeden uitsprak, leefde ik niet overeenkomstig de principes die me tijdens mijn religieuze training waren bijgebracht. Vaak misbruikte ik de naam van God, kraamde vuile taal uit en spiekte als ik een goed cijfer nodig had. Ik was een gewiekste leugenaar, vertelde regelrechte leugens of overdreef om mezelf in een goed daglicht te stellen.

Een hele belangrijke stap op weg naar mijn doel om de grootste pianist te worden werd gerealiseerd, toen ik werd geaccepteerd op het Juilliard conservatorium in de stad New York. Hier studeerde ik vijf jaar lang en behaalde ik mijn ‘Bachelor’ en ‘Master of Music’ certificaat. Ik ben erg veel dank verschuldigd aan mijn piano leraar en anderen van de faculteit, die hun kennis en expertise in mijn leven hebben geïnvesteerd.

Mijn studie in New York in die dagen, was muzikaal enorm stimulerend. Het betekende echter ook een enorme verleiding, omdat in die tijd de drug- en vrije sekscultuur begon te floreren. Omdat ik zo was toegewijd aan mijn doel om in mijn gekozen vakgebied uit te blinken, schuwde ik deze sensuele excessen. Ik was bekend als een nette jongen. Dit feit bevestigde mij echter alleen maar in mijn trotse, zelfingenomen zelfbeeld.

Vragen over mijn Joods orthodoxe geloofsopvattingen

Tijdens mijn derde studiejaar begonnen drie christelijke medestudenten mij vragen te stellen over mijn Joods orthodoxe geloofsopvattingen, in het bijzonder over mijn standpunt met betrekking tot het Messiasschap van Jezus. Ik had omdat ik Jood was, nog nooit een woord in het Nieuwe Testament gelezen. Naar mijn overtuiging moesten de vele problemen die de Joden tijdens hun lange, moeilijke geschiedenis te verduren hebben gehad, juist Jezus worden aangerekend. Van tijd tot tijd kon ik behoorlijk tegen die jongens tekeer gaan, maar toch bleven zij met mij in gesprek.

In deze periode begon ik echter in de gaten te krijgen dat ik, zoals Jezus beschreef, een ‘slaaf van de zonde’ was. Daarom besloot ik om een Nieuw Testament te vragen. Het was mijn gewoonte om zes dagen per week gedurende tien uur per dag muziek te studeren. Die week, toen ik het Nieuwe Testament las, herlas en vergeleek met Oudtestamentische gedeelten, studeerde ik slechts vijf uur per dag. Ik was vast besloten om zelf uit te vinden wie Jezus was. In plaats van naar de religieuze leiders te gaan voor advies, ging ik direct te rade bij het Nieuwe Testament.

Wat ik las was nogal schokkend. Ik ontdekte twee dingen over Jezus. Het eerste was dat Hij zichzelf dingen aanmatigde die, als deze niet waar zouden zijn, hem zouden bestempelen als een grootheidswaanzinnige en krankzinnige. Mozes, Mohammed en andere religieuze leiders, hebben zichzelf nooit geprofileerd als bijvoorbeeld ‘het licht der wereld’ of ‘de opstanding en het leven’. Ten tweede ontdekte ik in Jezus iemand die er niet op uit is om mij naar mijn onvolmaaktheid af te rekenen.

Vergeving van zonden

Enerzijds was het moeilijk voor me om mezelf als zondaar te zien, maar aan de andere kant was ik mij wel steeds meer bewust geworden van mijn morele tekortkomingen en mijn onmacht om mijn gedrag te veranderen, hoe graag ik dat ook wilde.

Tot dat moment bad ik alleen in de naam van ‘Elohim’ (God), maar op 21 maart 1971 besefte ik dat ik mijn zondige leven niet langer meer voor Hem kon verbergen. Voor de eerste keer bad ik tot God om vergeving van mijn zonden, in de naam van Jezus. Ook vroeg ik Hem mijn leven te nemen en me tot de Zijne te maken. Toen ik dit gebed beëindigd had, wist ik dat de Here mijn gebed had verhoord. Die wetenschap vervulde mijn hart met grote vreugde.

Drie dagen later bezocht ik voor het eerst een bijbelgetrouwe gemeente, en ontmoette ik mijn nieuwe broeders en zusters in Christus. Samen met christelijke vrienden begon ik onmiddellijk met een intensieve bestudering van de Bijbel en ik werd een trouwe kerkbezoeker. Ik was in Christus een nieuwe schepping geworden! “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen” (2 Kor. 5:17).

Twee beproevingen

Mijn nieuw gevonden geloof confronteerde me met twee geweldige beproevingen. De eerste had te maken met mijn toewijding aan muziek. Jaren lang had ik mezelf voorbereid om de grootste pianist ter wereld te worden. Nu moest ik mezelf gaan afvragen wie God wilde dat ik zou zijn. Sommige mensen vonden dat ik alleen religieuze muziek behoorde te spelen en dat ik het klassieke repertoire vaarwel zou moeten zeggen. Dit waren verontrustende gedachten. Ik worstelde ermee en las allerlei boeken, in de hoop een antwoord te vinden. Na verloop van tijd kwam ik tot de conclusie: “Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten,” (Jac. 1:17). Al waren de meeste componisten geen christen, hun muzikale gaven waren een geschenk van God. Als ik hun creaties speelde, kon ik daarmee God de eer geven. De gaven van zowel deze componisten als van mij, zijn van Hem afkomstig. Ik heb ook ondervonden dat ik door mijn vak als musicus unieke gelegenheden heb om mijn geloof met anderen in het muzikale wereldje te delen. Op die manier kon ik mijn licht laten schijnen.

De andere uitdaging waarmee ik als nieuwe christelijke gelovige geconfronteerd werd, was de vraag hoe ik het mijn ouders zou moeten vertellen. Mijn vader was destijds 65 jaar oud. Ik was bang dat ik hem een hartaanval zou bezorgen en dat hij er zelf het leven bij zou kunnen laten. Uiteindelijk reisde ik naar huis om mijn ouders te vertellen wat er met me gebeurd was. Mijn vader was woest, hij vond dat ik mijn erfgoed had verkwanseld. Als hij bij mijn geboorte had geweten dat ik christen zou worden, zou hij me hebben vermoord, zei hij. Aan het eind van de week kreeg ik te horen dat ik het huis moest verlaten en dat ik nooit meer terug hoefde te komen.

Ondanks dat ik diep door deze reactie was geraakt, ervoer ik de vreugde van de Here, en de vrede van God. Daarbij mocht ik me verheugen in de steun van een groeiende geestelijke familie. Jezus heeft gezegd dat iedereen die om Zijns naam wil huizen, broers, zusters, vader en moeder, kinderen of akkers heeft moeten prijsgeven, vele malen meer zal terug ontvangen en het eeuwige leven zal beërven. (Matt. 19:29).

Op 14 juli, 1973 trouwde ik met Deborah Chew, die ik via de kerk had leren kennen. Gelukkig ontmoetten Deborah en ik elkaar nadat we beiden tot geloof waren gekomen, zodat mijn ouders niet konden zeggen dat ik me had bekeerd omwille van de vrouw waarmee ik wilde trouwen. Pas ruim een jaar later, toen onze zoon op mijn vaders verjaardag werd geboren, begon de kloof tussen mijn ouders en mij zich enigszins te dichten. We maakten weer deel uit van hun leven, al was het een onregelmatig en afstandelijk contact. Onze dochter Anna werd twee jaar later geboren en drie jaar later kwam Sarah. Toen mijn vader in 1995 ziek werd, besloot ik naar Texas te vliegen om hem te bezoeken. Ik kreeg te horen dat hij me niet wilde zien, omdat ik hem had teleurgesteld. Vier dagen later overleed hij.

Mijn moeder woont tegenwoordig in een wijk bij ons in de buurt. Onze relatie met haar is gelukkig sterk verbeterd.

Voorganger en musicus

Intussen was ik nogal betrokken geraakt bij het werk van de gemeente. Ik werd me bewust dat God wilde dat ik voorganger zou worden. In juli 1979 werd ik in die functie aangesteld in de Harborcreek Evangelical Free Church, vlakbij Erie, Pensylvenia. Tot mijn verbazing kwam ik erachter dat het hoofd van de muziekafdeling van het Mercyhurst College in Erie, een broer was van de directeur van het Juilliard conservatorium. Al snel werd ik gevraagd om pianolessen te gaan verzorgen. Uiteindelijk werd ik hoofd van de afdeling ‘piano’ en daarna heb ik tien jaar lang gefunctioneerd als hoofd van de muziekschool.

Vanaf het moment dat ik christen werd, heb ik klassieke concerten gegeven in kerken en op christelijke scholen. Ik vertelde dan hoe ik een christen was geworden en ik daagde de aanwezigen uit om hun gaven in dienst van God te stellen. In 1989 ontstond het idee dat ik naar verschillende buitenlandse landen zou kunnen reizen om concerten te verzorgen als evangelisatiemiddel. In 1992 kregen Deborah en ik de kans om Europa te bezoeken. Er stonden concerten in Frankrijk, België, Rusland en Italië op het programma. De Here zegende deze initiatieven. Een zendingswerker vertelde dat hij op één avond meer contacten had gemaakt dan in de vijf jaar daarvoor.

Verreweg het belangrijkste

Toen onze jongste in 1997 afzwaaide van school, waren we klaar voor een aantal ingrijpende veranderingen. Ik nam ontslag bij de gemeente en de muziekschool en vanwege het betere klimaat verhuisden we naar Mesa in Arizona. We sloten ons aan bij UFM International, als zendingswerkers met een speciale bediening. Twee keer per jaar reizen we naar verschillende delen in de wereld, zoals Europa en Azië, om concerten te verzorgen in kerken, scholen en andere gelegenheden, waarbij ik mijn getuigenis mag geven. Op die manier mogen we christenen een alternatieve manier bieden om hun vrienden, buren, collega’s en familie met het Evangelie te bereiken. Daarbij mag ik dienen als voorganger van de Grace Church in onze woonplaats.

Jezus Christus te kennen is verreweg het belangrijkste in een mensenleven. Tijdens mijn concerten zeg ik altijd dat ik in honderd jaar geen piano zou spelen, zou trouwen of een baan zou hebben, als het ten koste zou gaan van mijn geloof in Jezus Christus. Hij heeft gezegd: “Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen” (Mark. 8:36-38).